U bent hier: Departement Werktuigkunde Onderwijs Master Informatie over de Masteropleiding Werktuigkunde

Informatie over de Masteropleiding Werktuigkunde

Overzicht

Gemeenschappelijke kernopleiding 33 studiepunten

Eén optie:

Minimaal 30 studiepunten uit 1 optie

Verdieping of verbreding via keuzevakken uit een van de opties of verbredende keuzepakketten:

19 tot 21 studiepunten
Masterproef 24 studiepunten
Algemeen vormende opleidingsonderdelen 12 tot 14 studiepunten

Het departement Werktuigkunde heeft in de onderwerpen van deze pakketten ook een gedegen onderzoeksexpertise uitgebouwd. Bekijk de onderzoekspagina's voor meer informatie.

De opleiding master werktuigunde bevat ongeveer 90 opleidingsonderdelen (of "vakken"). De gemeenschappelijke kernopleiding bevat 6 opleidingsonderdelen voor 33 studiepunten. Elk student kiest ook voor 12 tot 14 studiepunten algemeen vormende opleidingsonderdelen en legt een masterproef af (24 studiepunten). De resterende 49 tot 51 studiepunten zijn verdeeld over de gekozen optie enerzijds en keuzevakken anderzijds. De student kiest voor 1 optie, waarbinnen hij/zij minstens 30 studiepunten volgt. De keuzevakken kunnen genomen worden uit de gekozen optie, uit een andere optie of uit een lijst verbredende keuzevakken.

vb_masteroverzicht.gif

Deze opbouw benadrukt in eerste instantie de brede gemeenschappelijke kern "wertkuigkunde" en laat daarbuiten vele mogelijkheden toe, van verdieping tot verbreding. Bijgaande figuur illustreert enkele mogelijkheden:

  • De eerste student kiest voor de combinatie van een optie (manufacturing & management) met opleidings-onderdelen uit één keuzepakket (technische bedrijfskunde).
  • De tweede student kiest voor een optie (mechatronica en robotica) en vult aan met keuzevakken uit verschillende andere keuzepakketten, inclusief opleidingsonderdelen uit een andere optie (verbreding).
  • De derde student kiest voor een verdieping binnen één optie, in casu, luchtvaart- en ruimtevaarttechnologie.
  • De vierde student combineert twee opties, thermotechnische wetenschappen en voertuigtechnieken, en hij neemt een keuzevak uit een andere faculteit.

socrates_logo.gif

Internationale uitwisseling

In het kader van het Europese SOCRATES uitwisselingsprogramma vergaren jaarlijks een aantal studenten kennis (en culturele ervaring !) aan andere Europese (of andere) universiteiten. Dit kan bestaan uit het studieverblijf van 1 semester of voor 2 semesters (duale diplomering) waarin een reeks vakken gevolgd worden, en/of uit het (deels) afwerken van het eindwerk in het buitenland.

Er is de laatste jaren veel uitwisseling met o.a. onderstaande universiteiten:

Technische Universitaet Graz

Universiteit van Navarra

ENSICA

ENSEEIHTvan het Institut National Polytechnique de Toulouse

RWTH Aachen

Universidad de Zaragoza

SUPAERO

Michigan State University

Norges teknisk-naturvitenskapelige universitet in Trondheim

ETH Zurich

andereuniv_html_m626aa9da.png

andereuniv_html_m3c770fdc.png

andereuniv_html_50313719.gif

andereuniv_html_34a83da9.jpg

andereuniv_html_m3a9be921.png

andereuniv_html_m57d41cbc.jpg

andereuniv_html_6806c1b9.gif


andereuniv_html_m79cff87a.png

andereuniv_html_m1c239a9f.png

Bovendien bestaat de mogelijkheid een duaal diploma te behalen door de gekozen optie gedurende 1 jaar te volgen aan de UCL. Dit resulteert dan in een diploma van zowel de K.U.Leuven als de UCL.

Vragen in verband met de masteropleiding werktuigkunde?

Hieronder vind je een antwoord op enkele veel gestelde vragen. Je kan je vraag ook steeds richten naar de programmadirecteur zelf, Dirk Vandepitte.

  • Kies ik nu voor een opleiding of voor een industriële sector?
    De universiteit biedt opleidingen aan. Deze opleidingen bereiden voor op een professionele carrière in een of meerdere industriële sectoren. In vrijwel alle industriële sectoren worden de ingenieurs geconfronteerd met uiteenlopende technische problemen, waarvan een groot deel de specificiteit van de eigen sector overstijgen, en die dan ook best worden aangepakt door een beroep te doen op een generieke basiskennis. Dus, tenzij je nu reeds een specifieke functie in een welbepaalde bedrijfstak ambieert, biedt een brede opleiding de beste garantie op een aantrekkelijke en uitdagende baan.

  • Wat is het verschil tussen de opleiding lucht- en ruimtevaart van de KULeuven en deze van TUDelft?
    Het verschil zit in het concept van de ingenieursopleidingen in Vlaanderen ten opzichte van deze van Nederland. In Vlaanderen hebben we een algemene, generieke basisopleiding met een vrij volledig vakkenpakket in de Bachelor. In Nederland start men meteen binnen een toepassingsdomein. Dat is natuurlijk aantrekkelijk voor de student, maar dat heeft anderzijds ernstige nadelen. Men verwaarloost belangrijke vakgebieden die op het eerste gezicht niet in de directe lijn van de toepassing liggen. Zo heeft bij voorbeeld de student TUDelft-LR geen enkel vak scheikunde. Daarnaast vergt de opbouw van kennis via toepassingen meer tijd, wat blijkt uit het feit dat de eindtermen van de opleiding Werktuigkunde van de KULeuven op meerdere vakdomeinen een stuk verder liggen dan deze van de TUDelft.

  • Beperk ik mijn job-perspectieven als ik al mijn keuzes maak binnen eenzelfde optie?
    Neen. Bij de samenstelling van het programma heeft de POC-Werktuigkunde er nauwlettend over gewaakt dat alle vakdomeinen via de Bacheloropleiding en in de kernopleiding van de Master op een substantiële manier aan bod komen. Dit betekent dat we geen enkele beroepsmogelijkheid uitsluiten. Het spreekt anderzijds vanzelf dat het volgen van meerdere vakken gunstig is voor de beroepsmogelijkheden in die sector. Met andere woorden, het volgen van meerdere vakken in een specifieke optie is niet negatief voor andere beroepsdomeinen, maar het is wel positief voor een beroep in lijn van die optie.

  • Heb ik wel voldoende kans op een job in de lucht- en ruimtevaartsector of in de automobielsector?
    Ja, de sectoren lucht- en ruimtevaart en automotive zijn groter dan je denkt. Vlaanderen heeft heel wat bedrijven die misschien wat minder bekend zijn, maar die toeleveren aan deze toepassingssectoren. Bovendien is het een algemene tendens in de technologische ontwikkeling van complexe systemen als auto�s, vliegtuigen en zeker ruimtesystemen dat de verantwoordelijkheid over ontwerp en ontwikkeling steeds verder verschuift van de systeemintegrator (de eindgebruiker) naar de toeleverancier van componenten of subsystemen. In Vlaanderen hebben deze bedrijven verenigingen gevormd, waarbinnen zij gezamelijke ontwikkelingen uitvoeren, en die verder hun belangen verdedigen:

    Deze sites tonen onder meer duidelijk aan hoe omvangrijk deze industrieën in Vlaanderen zijn. Daarnaast zijn de sectoren lucht- en ruimtevaart en automobiel bij uitstek internationaal. Je mag dus rustig je horizon verder leggen dan de Vlaamse grenzen. Veel van je voorgangers hebben trouwens in het verleden al overvloedig bewezen dat de werktuigkundig ingenieur van KULeuven ook in het buitenland tot grootse realisaties in staat is. Interessant om weten is dat ook in verband met andere sectoren er organisaties bestaan die het onderzoek coördineren of de belangen verdedigen, Dit benadrukt het belang van deze sectoren binnen de Vlaamse industrie. Zo zijn er ondere andere:
    • FMTC: onderzoekscentrum voor mechatronica en machinebouw (www.fmtc.be)
    • AGORIA: sectorfederatie voor de technologische industrie (www.agoria.be)
    • SIRRIS: collectief onderzoekscentrum voor de technologische industrie (www.sirris.be)
  • Stelt de veelheid aan keuze geen problemen bij het samenstellen van een lessenrooster zonder overlap?
    Neen, wij garanderen dat er binnen 1 optie geen overlappingen zijn bij de plichtvakken. De keuze van vakken uit de keuzepakketten kan daarentegen wel aan enkele beperkingen gebonden zijn. Het is nu eenmaal onmogelijk om 75 vakken die niet direct aan elkaar gekoppeld zijn aan te bieden in 4 semesters zonder dat daar conflicten zijn.

  • Staat de veelheid aan keuze niet haaks op het generaliserende streefdoel van de opleiding?
    Neen, het generieke deel van de opleiding zit in essentie in de kernopleiding. Deze is voor Werktuigkunde reeds gestart in het 4e semester van de Bachelor, en die loopt uit tot in het 8e semester. De keuze voor de optie en de aanvullende keuzes zijn daaraan volledig complementair. We hebben doelbewust 3 opties opgezet in generieke richtingen (productietechnologie en productiemanagement, mechatronica en precisiemechanica, thermotechnische wetenschappen) en 2 opties die eerder toepassingsgericht zijn (luchtvaart- en ruimtevaarttechnologie, voertuigtechnieken). De generieke opties behandelen elk vooral een groep van technieken en methodieken die toelaten je te specialiseren in enkele verwante wetenschappelijke of technische domeinen die vele toepassingsdomeinen afdekken. De beide toepassingsgerichte opties hebben daarentegen een heel ander concept. Daar leer je verschillende methodieken en theorieën aan die dan in toepassing worden gebracht in 1 bepaalde industriële sector. Beide manieren van aanpak zijn inhoudelijk totaal verschillend, maar helemaal gelijkwaardig. Dit biedt je dus de mogelijkheid om volledig te kiezen voor je eigen voorkeur.

  • Kom ik tijdens de opleiding in contact met de industrie?
    Ja, ons departement vindt dat erg belangrijk. Na de P&O in Ba3 hebben we in Ma1 het "Geïntegreerd practicum". Daar wordt gevraagd om een vrij omvangrijke industrieuml;le opdracht uit te voeren, gekoppeld aan je gekozen optie. Deze opdrachten zijn geformuleerd door een bedrijf, zoals in de P&O in Ba3, en je moet overleggen met de opdrachtgevers in het bedrijf over de precieze achtergronden van de problematiek, over de doelstelling en de randvoorwaarden van de opdracht, en uiteraard moet je ook de resultaten van je werk voorstellen en verklaren. Dit zijn opdrachten met reële gegevens, zoals ze in het bedrijf worden uitgewerkt. Daarnaast worden in het kader van verschillende vakken bedrijfsbezoeken georganiseerd. In de optie lucht- en ruimtevaart geven enkele externe docenten les, die vooraanstaande functies bekleden in grote bedrijven uit de luchtvaartsector in België en ook bij ESA, de Europese ruimtevaartorganisatie.